In afwachting van

09.10.2021 – Op het gala van de gouden handschoen

In afwachting van


Goed mogelijk dat er ergens wel een strak tijdschema circuleerde, maar lang werd dat in elk geval niet aangehouden. Het maakte het Gala van de Gouden Handschoen er alleen maar gezelliger op. Zo kon een mens nog eens wat langer een praatje maken.


 

Met Biagio Patera bijvoorbeeld, broer en trainer van Francesco, de lichtgewicht die al drie keer eerder de Gouden Handschoen kreeg. Biagio, strak in het beige pak, zat een week eerder nog in de Allianz Cloud in Milaan. Een sponsornaam even koud als het ijsblauwe licht binnenin. Dan was de vroegere koosnaam PalaLido een stuk mooier. Maar dit terzijde. Het was in die Allianz Cloud dat zijn jongere broer al voor de vierde keer op rij bokste. Dit keer met de vacante Inter-Continentale titel van de World Boxing Organisation in het lichtgewicht als inzet. Tegenstander was de Italiaan Devis Boschiero. Een veteraan, veertig jaar en 58 kampen oud. 49 keer winst voor slechts zes nederlagen en twee keer onbeslist. Europees kampioen in het superpluim geweest en op een novemberzondag in 2011 in Tokio bijna wereldkampioen bij de WBC in datzelfde gewicht. Een unanieme, doch nipte puntennederlaag tegen de Japanner Takahiro Ao. Wel gewonnen van Ermano Fegatilli, tweemaal zelfs, en van Faroukh Koubanov. Zou hij een derde Belgische scalp aan zijn gordel hangen? Tegen de twaalf jaar jongere en elf centimeter grotere Patera was dat allerminst een sinecure.

Boschiero liet zich door de voorvermelde nadelen evenwel niet uit zijn lood slaan en ging meteen vol in de aanval. Hij pinde Patera tegen de touwen, hamerde, maar kreeg de nagel niet diep genoeg in het hout gedreven. Telkens hij druk moest minderen en ruimte liet, had hij prijs. Een linkse uppercut in de flanken, een rechtse opstoot naar het hoofd, lange jabs met datzelfde hoofd als doel.

In zijn hoek na ronde een was Patera de rust zelve. Alsof hij bij familie op de koffie zat. Kalm overleggen met broer Biaggio, terwijl verzorger Mirko Giuliani het nodige deed.
Stilte voor de storm. Bij aanvang van ronde twee schakelde de Genkenaar naar een hogere versnelling. Boschiero gaf nog tegengas, terwijl Patera hem teisterde langs alle kanten, boven en onder, met het volledige slagenarsenaal. Linkse hoek, linkse opstoot naar het hoofd. Er zat snee op de opstoot. Boschiero begon te bloeden uit een wonde aan het rechteroog. Die wonde zorgde, zoals wel vaker gebeurt, voor overhaasting. Tegen het einde van de ronde aan probeerde hij nog het tij te keren, maar tevergeefs. Patera sloot de deur, wanneer nodig, en opende die zodra mogelijk om nog meer schade en averij aan te richten. Bloedend uit de oogwonde en de neus keerde de kleine Italiaan uit Correzzola naar zijn hoek terug.

Zijn verzorgers lapten hem zo goed en zo kwaad als mogelijk op voor de derde ronde. Lapmiddelen. Dat besefte Boschiero. De tijd begon te dringen. Manmoedig bond hij nog wel de strijd aan, maar halverwege de herneming gaf hij aan de Franse scheidsrechter Stéphane Nicolo te kennen dat hij niet meer zag uit zijn rechteroog. Naar de ringarts. Die keek even, aaide Boschiero over het hoofd. Einde voorstelling. De WBO-Inter-Continentale titel in het lichtgewicht ging met Francesco Patera mee naar België.

Zo’n gordel is leuk voor aan de muur, maar zou ook een ticket moeten zijn voor een volwaardig wereldtitelgevecht bij diezelfde bond. Nadeel is dat die wereldtitel, net als alle andere, in het bezit is van Teofimo Lopez, overwinnaar van Vasyl Lomachenko, maar sindsdien nog niet verdedigd. Dat wordt dus aanschuiven en wachten.

Francesco Patera was ook dit keer genomineerd voor de Gouden Handschoen, maar zelf niet aanwezig. Een voorteken. Het was ook moeilijk om te concurreren met de andere genomineerden, want covid trok tot twee keer toe een dikke streep door zijn rekening.
Grote favoriet leek Ryad Merhy, toch regulier wereldtitelhouder bij de WBA in het lichtzwaargewicht. Bleek dat bij de eindafrekening zijn succesvolle titelverdediging tegen de Chinees Zhaoxin Zhang niet zwaar genoeg had doorgewogen. Het moest bij deze editie nog zwaarder zijn en dat was het ook. De Gouden Handschoen ging naar superzwaargewicht Jack Mulowayi. Tot diens eigen stomme verbazing. Hij dacht dat hij met zijn door technisch knock-out gewonnen kamp tegen de Tsjetsjeense Hulk Apti Davtaev kans maakte op de trofee voor de beste wedstrijd van het jaar. Dat was niet zo. Teleurgesteld wilde de vriendelijke Antwerpse reus toen al naar huis gaan, maar zijn vriendin wist hem er toch van te overtuigen om het gala uit te zitten. Die lange zit was dus de moeite waard.

Ook bij de vrouwen een verrassende winnares. Voor de eerste keer in acht edities ging de Gouden Handschoen niet naar Delfine Persoon. Haar onverdiende nederlaag tegen Katie Taylor in een kamp om alle wereldtitels in het lichtgewicht moest het afleggen tegen de Europese weltertitel van Oshin Derieuw, behaald in Freiburg in een technisch hoogstaande wedstrijd tegen de Zwitserse Olivia Belkacem. Als troostprijs werd Persoons tweede confrontatie met Taylor in de tuin van promotor Eddie Hearn wel uitgeroepen tot kamp van het jaar. Bovendien werd ze ook nog eens uitgeroepen tot beste Olympische bokster. Met een bronzen medaille op het internationaal vermaarde Boxam-tornooi in Castellon kon dat moeilijk anders.

Bij de mannen werd zwaargewicht Victor Schelstraete tot beste Olympische bokser verkozen. De Gentenaar legde de basis voor zijn verkiezing met drie overwinningen op rij tegen Duitse toppers in Keulen. Vielen verder nog in de prijzen: bantam Calliope Slagmulder als beste vrouwelijke belofte en Nabil Messaoudi, de Belgische kampioen in het superwelter, die met dezelfde eer bedacht werd bij de mannen. Waarom Freddy De Kerpel een Lifetime Achievement Award in ontvangst mocht nemen, kunt u elders op deze site in het lekker lang en extra breed lezen.

Facebook
Twitter
WhatsApp

Artikel in der Autorenbox

redactie werkgroep pers 2021

Alain Van Driessche - Christophe Neyts & Ibrahim Emsallak

Auteur - eindredactie & algemene coördinatie