Deadly Daniella deed deuren open

Vrouwen die boksen. Veel gekker moest het niet worden, dacht men vroeger. Dat was iets voor het circus of de kermis. En het was ook daar dat het vrouwenboksen in België van start ging. Veel later beukte Daniella Somers hier te lande voor de vrouwen de poorten van de bokssport open. Een prestatie van formaat waarvoor ze alle lof verdient en hier ook krijgt.

Circus

1913 was een bijzonder jaar in de geschiedenis van de Belgische bokssport. In maart werd de nationale boksbond opgericht en op 1 juni zag in Gent de International Boxing Union het daglicht. De IBU, voorloper van de EBU. Dezelfde dag nog vond in de Feestzaal op de Wereldtentoonstelling het allereerste officiële Europese kampioenschap plaats. In het zwaargewicht was dat. De Fransman Georges Carpentier won door knock-out in de vierde ronde van de Engelsman Bombardier Billy Wells, maar het had ook anders kunnen aflopen. In het nevenprogramma nog een primeur: het allereerste officiële Belgische kampioenschap. In het weltergewicht versloeg Luikenaar Henri Demlen thuisbokser Hippolyte Tyncke na tien ronden op punten.
Dat alles smaakte naar meer en in Gent hadden ze de smaak stevig te pakken. Helaas was dat niet altijd even goede smaak. Nog geen week na het grote gala op de Wereldtentoonstelling pakten enkele Stroppendragers in het Gand Palace (voorheen en blijkbaar ook nog enige tijd later beter bekend als het Nieuw Circus) uit met een minder verheffend spektakel: kampwedstrijden in ’t boksen voor vrouwen.

Komt dat zien, komt dat zien! Enkele plaatselijke reporters konden hun nieuwsgierig of andere instincten niet bedwingen en trokken naar de vernieuwde theaterzaal in de omgeving van de Sint-Pietersnieuwstraat. Aan de ingang een eerste tegenvaller: hun perskaarten waren niet geldig en het toegangsgeld was meer dan dubbel zo hoog als op andere avonden. Een halve of zelfs hele frank in plaats van de gebruikelijke twintig centiemen. Maar dat hadden vele Gentenaars er blijkbaar voor over, want de zaal was tot de nok gevuld om acht vrouwen aan het werk te zien in de ring. Een internationaal gezelschap, bestaande uit vijf Françaises, een Engelse, een Amerikaanse én ook een Belgische dame: Renée Cooreman, zestig kilogram, een lichtgewicht dus. Zij moest het opnemen tegen de Amerikaanse Little You You.

Voor aanvang van de wedstrijden kreeg het publiek het reglement mee: stoten op het gezicht en de armen zijn geldig, slagen op de borst zijn verboden.
Het spektakel was ronduit schabouwelijk, maar dat kon de pret niet drukken:

“Na enkele ogenblikken op elkanders gelaat en armen te hebben geslagen, hangen hen de haren in de ogen, gelijken zij compleet twee woedende vrouwen die met elkander aan de slag liggen voor een minnaar of ander onverschil … De mannelijke boksliefhebbers hadden veel pret, vuurden de vechtsters aan zoals men honden opjaagt, men riep en tierde om ook tot schuifelen over te gaan indien de uitslag van een of andere match voor hen niet in regel was.”

In de eerste kamp won de Française Paula d’Armont na drie ronden op punten van haar landgenote Jeanne Dany. Ook het andere volledig Franse duel werd betwist over drie ronden. De puntenzege ging daar naar Mireille de Cambrai ten nadele van Madeleine Argon. De wedstrijd tussen Renée Cooreman en Little You You duurde een ronde langer en eindigde onbeslist. Hoofdkamp was kennelijk het treffen tussen de Franse Margot Chantenay en de Britse Miss Dickson. Chantenay stopte Dickson in de vijfde en laatste ronde.
Het oordeel van de verslaggever van dagblad Vooruit – het dient gezegd, niet meteen een boksliefhebber – was vernietigend:

“We houden ons bij de mening dat dit geen sport maar barbaars en verdierlijkend is en voor wat het vrouwelijk boksen betreft beneden alle zedelijkheid.”

Een vervolg op deze voor sommigen vermakelijke maar weinig verheffende avond kwam er niet meteen. Vrouwenboksen verdween van de radar. Niet dat vrouwen niet meer boksten, maar het was ver in de marge en meer circusnummer dan sport, eerder verboden dan toegelaten, hoogstens oogluikend gedoogd. Er zou een Belgische in de jaren ’20 van vorige eeuw in Engeland gebokst hebben tegen de Britse kampioene Annie Newton, maar bevestiging voor dit gevecht werd tot op heden niet gevonden.

Deadly Daniella

Wereldwijd stonden zo nu en dan vrouwen op om te strijden voor hun boksrechten, maar de doorbraak kwam er pas in de jaren ’90. Tijd moet nu eenmaal rijpen en de tijd was er toen blijkbaar rijp voor. Het ging al lang niet meer over het recht om te boksen, maar over aandacht voor het vrouwenboksen. Vrouwen zochten hun plaats in het ringlicht op.
Op 20 april 1995 organiseerde Barbara Buttrick, voorzitster van de Women’s International Boxing Federation (WIBF) en in de jaren ’50 en ’60 zelf bekend als The Mighty Atom of the Ring, in het Aladdin Hotel & Casino in Las Vegas een boksgala met enkel vrouwen en maar liefst vijf WIBF-wereldtitelgevechten op het programma. Een internationale avond die voor de grote doorbraak van het vrouwenboksen had moeten zorgen, maar volledig overschaduwd werd door de bomaanslag die Timothy McVeigh een dag eerder gepleegd had op de Alfred P. Murrah Federal Building in Oklahoma City. Daarbij vielen 168 doden en 684 gewonden. Het vrouwenboksgala ging door, maar kon begrijpelijk niet rekenen op de belangstelling die het in normale omstandigheden zou gekregen hebben. Wie er jaren later de uitslagen op naleest, vindt er de namen terug van toekomstige grootheden. Lichtgewicht Laura Serrano won door stopzetting in de zevende ronde van Deirdre Gogarty. Vlieggewicht Yvonne Trevino stopte niemand minder dan de Duitse Regina Halmich na de vierde ronde. De enige nederlaag in 56 kampen voor Halmich.

Somers WTKO2 Helga Snowcat Risoy – Risoy (R) was geen katje om zonder handschoenen aan te pakken, maar bleek al snel niet opgewassen tegen Daniella Somers.

In het superlichtgewicht stond Helga Snowcat Risoy, 28 jaar oud, afkomstig uit Noorwegen maar toch thuisbokster, want ze woonde in Las Vegas, tegenover de dertigjarige Deadly Daniella Somers uit Brecht, Antwerpen. Somers was een ervaren kickbokster, maar maakte haar debuut in het Engelse boksen. Risoy had behalve een kickboksverleden ook al tien klassieke kampen betwist, waarvan ze er zes had gewonnen, drie verloren, eentje eindigde onbeslist. Het begon gelijkopgaand. Twee technisch onderlegde boksters, maar het was Somers die als geen ander begrepen had dat je snel en met overtuiging moet instappen bij het stoten. Met een harde rechtse naar het hoofd bracht ze Risoy tegen het einde van de opener in de problemen. Bij het begin van de tweede ronde leek Risoy hersteld van de averij die ze had opgelopen in ronde één, maar Somers oogde sterker en was dat ook. Net voor halverwege pakte ze uit met een knalharde rechtse naar het hoofd. De pijn viel af lezen van het gezicht van de Noorse uit Sandnessjøen Even later en na nog een linkse voltreffer keerde ze zich af van het gevecht. Scheidsrechter Kenny Bayless maakte officieel na één minuut en vier seconden een einde aan de ongelijke strijd. Deadly Daniella Somers was meteen de eerste Belgische wereldkampioene in het profboksen. Ref Bayless stak haar linkerarm in de lucht. In haar rechterarm hield Daniella haar zoontje Nick vast, fopspeen in zijn mond. Mama was wereldkampioene. Somers achteraf in het interview in de ring: “I can’t tell you how happy I am. It really means a lot to me.”

Coalminer’s Daughter

Timothy McVeigh had de plannen van Barbara Buttrick doorkruist, maar ook zijn gruweldaad kon de definitieve doorbraak van het vrouwenboksen niet tegenhouden. Die doorbraak kwam er uiteindelijk onverwachts op 16 maart 1996 in het MGM Grand in Las Vegas. De wereld zag er hoe Iron Mike Tyson zonder al te veel moeite de WBC-wereldtitel in het zwaargewicht heroverde. In amper drie ronden was hij klaar met de Britse hoop Frank Bruno. In het nevenprogramma maar liefst vier wereldtitelgevechten met toppers als de vlieggewichten Ricardo Lopez en Michael Carbajal en de middengewichten Keith Holmes en Bernard Hopkins. En toch was het een vrouwenkamp over zes ronden van twee minuten die een onvergetelijke indruk naliet: Christy Martin vs. Deirdre Gogarty. Een kamp van een intensiteit die niemand verwacht had. Coalminer’s Daughter Martin, in roze outfit en wereldkampioene bij de WBC, beukte van bij aanvang als bezeten op Gogarty in. De Ierse ging zwaar neer in de tweede ronde.

Niemand had haar ook maar iets kwalijk genomen, als ze was blijven zitten. Maar Gogarty kroop overeind en vocht zich terug in de wedstrijd. Met haar fijnere techniek teisterde ze Martin zelfs tot bloedens toe. Martin hield met haar zwaardere stoten wel de bovenhand, maar tot op het eind vocht Dangerous Deirdre voor al wat ze waard was en dat was bijzonder veel. Martin won met te grote voorsprong op punten. Een maand later stond ze op de cover van Sports Illustrated met als titel: “The Lady is a Champ”. Maar eigenlijk was het vooral de moed van Gogarty die van het gevecht een klassieker had gemaakt.

Belgie

Stéphanie Wattecamps WTKO4 Cindy Geoffroy – Stéphanie Wattecamps won de allereerste vrouwenkamp in België. Scheidsrechter was de Luxemburger Toni Tiberi.

Het was nu wereldwijd officieel: vrouwen konden boksen. Maar daar hadden ze in België niet op gewacht. Johnny Van Velthoven, toen man en manager van Daniella Somers, had al een eerste wereldtitelverdediging van vrouwlief geprikt, maar het was promotor André Verbuere die nog snel even met de primeur van de eerste vrouwenkamp aan de haal ging. Op 8 maart 1996 organiseerde hij in La Maison de l’Escrime in Elsene onder massale persbelangstelling de allereerste officiële vrouwenkamp in ons land. Zijn poulain Stéphanie Wattecamps uit Doornik won die partij in het pluimgewicht tegen de Française Cindy Geoffroy door stopzetting in de vierde ronde. Scheidsrechter was de Luxemburger Toni Tiberi. Het Belgische scheidsrechtersgild keek liever nog even de kat uit de boom. Pogingen om de kamp te laten verbieden waren er niet echt geweest om de eenvoudige reden dat de wetgever voor wat het boksen betreft geen onderscheid maakte tussen mannen en vrouwen. Iedereen gelijk voor die wet.

Somers WP10 Irma Verhoeff – Daniella Somers (L) won al bij al vrij makkelijk het allereerste wereldtitelgevecht voor vrouwen op Belgische bodem.

Het Belgisch debuut van Daniella Somers vond een maand later plaats in de Arenahal in Deurne. Tegenstandster was de Nederlandse Irma Verhoeff. Verhoeff droeg een gifgroen pakje, maar was zelf bijlange zo gevaarlijk niet. Somers bokste stijlrijk en gevarieerd en domineerde van start tot finish. Verhoeff ging even tegen het canvas in de achtste ronde maar zonder verder gevolg. Het draaide uit op een afgetekende puntenzege voor Somers (99-94, 99-94, 99-95). De jury was volledig Belgisch en ook de wedstrijdleiding was in handen van een Belgische ref, Daniel Van de Wiele. Veel tijd had het de Belgische rechters dus niet gekost om de kat uit de boom te kijken. Het was de legendarische Antwerpse komiek Gaston Berghmans die Daniella Somers de WIBF-gordel mocht omdoen. Berghmans speelde toen de rol van bokstrainer in de actiefilm She Good Fighter. Mooi meegenomen, die extra promotie voor de prent van regisseur Marc Punt.

Somers WP10 Irma Verhoeff – Daniella Somers met zoontje Nick na afloop van de gewonnen kamp.

Haar tweede titelverdediging op 1 februari 1997 in Sint-Truiden tegen de Russische Zoulfia Koutdioussova verliep een stuk moeilijker. Koutdioussova was onbekend en onbemind, maar beschikte wel over voldoende aanvalskracht om Somers achteruit te drijven en op achterstand te plaatsen. Niet dat Somers het slecht deed, maar Koutdioussova was gewoon sterker en voldoende technisch onderlegd om ogenschijnlijk een puntenvoorsprong uit te bouwen. Bij het ingaan van de negende ronde leek het alsof Somers op een niet meer te overbruggen achterstand stond. Deadly Daniella speelde dan maar alles of niets en pakte twee ronden lang uit met een geweldig slotoffensief. Dat bleek bij de eindafrekening voldoende om alsnog de overwinning uit de brand te slepen. Zelfs Somers had het anders gezien en gevoeld: “Ik dacht echt dat ik mijn titel kwijt was.” Een zege die achteraf in mineur gevierd werd en voor meer twijfel dan zekerheid zorgde.

Bij Don King

Veel tijd om bij de pakken te blijven zitten was er evenwel niet. Somers kreeg namelijk plotseling een contract aangeboden voor vijf wedstrijden van niemand minder dan promotor Don King. Eerste afspraak op 29 maart 1997 in het Hilton Hotel in Las Vegas. Daar richtte King een overladen boksgala aan met niet minder dan vijf wereldkampioenschappen op het programma. Vier bij de mannen, eentje bij de vrouwen. Nog voor al dat mannelijk geweld losbarstte moest Daniella Somers haar WIBF-wereldtitel zien te verdedigen tegen de onbekende en weinig ervaren Mexicaanse Maria de las Nieves Garcia. Nieves Garcia had amper twee kampen in haar wedstrijdboekje staan: net als Somers gewonnen van Helga Risoy (WP6) en verloren van de wereldkampioene in het lichtgewicht Laura Serrano (LP6). Zo ging dat toentertijd nu eenmaal. Het was zoeken naar geschikte tegenstandsters. Nieves Garcia bleek echter meer dan geschikt. Ze won verrassend op punten (WP10). Een meerderheidsbeslissing. Twee in het voordeel van de Mexicaanse (99-91, 96-94), de derde rechter hield het op een onbeslist (95-95). Een rematch kwam er niet, want voor Nieves Garcia bleek het vreemd genoeg haar laatste kamp. In volle voorbereiding op haar eerste titelverdediging bleek ze zwanger te zijn. De WIBF, vrouwonvriendelijk als een mannenclubje, ontnam haar meteen haar titel.

Nu kan men van Don King veel zeggen, maar hij hield zich ondanks de nederlaag van Somers aan het contract. Er volgden twee tussendoortjes. Somers won op punten van Bethany Payne in de Arena in Nashville (WP6) en stopte debutante Eunice Stewart in de openingsronde in het Township Auditorium in Columbia. Dan geruime tijd niets, maar uiteindelijk was het weer tijd voor ernstiger werk. In de Jai Alai in Miami, Florida stond Somers op 5 februari 1999 tegenover Belinda Laracuente, de rijzende ster uit Puerto Rico. Brown Sugar. Al in de eerste ronde liep het verkeerd voor Somers. Ze ging neer op een linkse hoek en was acht ronden lang op achtervolgen aangewezen. Laracuente was beweeglijk en onderlegd genoeg om uit de greep van een jagende Somers te blijven en won op punten.

Weer wereldkampioene

Somers WP10 Leah Mellinger – De Amerikaanse zag er goed uit, maar was geen partij voor Daniella Somers.

Wereldtitel kwijt aan Nieves Garcia en verloren van Laracuente. Genoeg om een bokster voor lange of altijd uit koers te slaan. Gelukkig geen vrouw overboord, want net als bij de mannen werd er ook toen al bij de vrouwen lettersoep gekookt. Op 14 maart 1999 kreeg Somers een nieuwe kans in een tot de nok gevulde Arenahal in Deurne. Het ging in dat sfeervol zottekot niet langer om de originele titel van de WIBF, maar om de wereldgordel van de International Women’s Boxing Federation in het superlichtgewicht. Die gordel hing om de slanke lendenen van de Amerikaanse Leah Mellinger uit Lancester, Pennsylvania. Naast de IWBF-gordel was ze ook nog in het bezit van het kroonjuweel bij de International Female Boxers Association, maar die titel stond in Deurne niet op het spel. Mellinger zag er goed uit tot ze in de ring haar ding moest doen. Somers, met trainer Cyriel Van Nieulande in haar hoek, degradeerde de Amerikaanse tot niet veel meer dan een moedige amateur. Somers slaagde er echter niet in Mellinger voortijdig te stoppen. Dat hield enig risico in, want twee van de drie rechters waren Amerikanen. Roger Tilleman had het met 98-92 voor Somers bij het rechte eind. De Amerikanen hadden het met 96-93 en 96-94 veel closer en zaten bijgevolg verder van de waarheid af, maar winnares was ook op hun puntenbriefje Deadly Daniella. Het dak ging van de Arena en het was dit keer geen komiek, maar wel toekomstig voorzitter van de Vlaamse Boksliga Stan Clough die de Dodelijke uit Brecht de gordel mocht omdoen.
Somers verdedigde haar IWBF-titel een eerste keer op 21 november 1999 tegen de Nederlandse Corinne Geeris. Somers had in het kickboksen drie keer verloren van Geeris, maar de Amsterdamse gaf vooraf al aan dat klassiek boksen een totaal ander spelletje was. Dat wist ze, want een eerste poging om IWBF-wereldkampioene in het lichtgewicht was mislukt. Op punten verloren tegen Tracy Bird. En in een kolkende Arenahal bleek andermaal dat het een ander spelletje was. Geeris ging al te voortvarend van start en liep zichzelf voorbij. Somers kwam nooit echt in de problemen en toen de storm zo rond ronde vier ging liggen, nam ze het offensief over en strafte ze een leeglopende Geeris af. Zoete wraak voor de verliespartijen in het kickboksen. Geeris wilde wel nog in de tiende en laatste ronde, maar had te weinig over om nog een slotoffensief te lanceren. De juryleden kenden Somers unaniem de overwinning toe (98-93, 99-93 en 99-91). Stan Clough wist meteen waar hij heen moest met die gordel. Dakwerkers in de omgeving van de Arenahal wreven zich al in de handen, want het dak van de Arenahal ging er weer af.
Somers verdedigde haar IWBF-titel een tweede en meteen ook laatste keer op 20 februari 2000 tegen Cheryl Nance, een Amerikaanse met een bescheiden palmares. Nance was echter taaier dan haar erelijst deed vermoeden. Een kop kleiner dan Somers, maar in de ring een vrouwtje dat kon vechten als een ventje. Vooral gevaarlijk met haar rechtse tegenstoot. Ze kon er Somers enkele malen mee verrassen, maar was in de combinatie een stuk minder onderlegd dan de plaatselijke heldin. Vandaar dat ze niet voluit voor de aanval koos, maar veeleer voorzichtig vooruitkwam. Liep ze dan toch storm, dan knalde ze meestal tegen de counters van Somers aan. Het was niet de beste kamp van Deadly Daniella, maar ze won op punten (99-95 en tweemaal 98-94) en behield haar wereldtitel. Die zou ze niet meer verdedigen. Somers gaf haar titel vrij en werd opgevolgd door de Canadese Jaime Clampitt, die er met de Engelse Jane Couch nog een paar pittige partijen om leverde. De titels van de IWBF stierven een stille dood toen de grote wereldbonden van het mannenboksen WBC en WBA interesse in de vrouwen kregen.

Lady Tyson

Million Dollar Lady – Bijna lukte het promotor Bob Arum om de kamp tussen Lucia Rijker (R) en Christy Martin te organiseren. Maar niet dus.

Het gevecht waar iedereen in de tijd van Somers naar uitkeek was de confrontatie tussen Christy Martin en de Nederlandse Lucia Rijker. The Dutch Destroyer, Lady Tyson, mogelijk de beste bokster ooit. Als thai- en kickbokster ongeslagen tot iemand op het ongelukkige idee kwam haar op 24 oktober 1993 in Sporthal-Zuid in Amsterdam tegen een man in de ring te zetten. Rijker stond inderdaad haar mannetje tot Somchai Jaidee, de man in kwestie, haar in de tweede ronde met een linkse hoek languit omlegde voor meer dan de volle rekening.
Rijker trok daarna naar de Verenigde Staten en debuteerde er in het klassieke boksen op 31 maart 1996 in het Olympic Auditorium in Los Angeles tegen Belinda Robinson met een knock-outzege in de eerste ronde. Uiteindelijk zou ze ongeslagen blijven in zeventien profkampen, met veertien zeges voor de limiet. Maar tot een kamp met Martin kwam het nooit. De duivel was ermee gemoeid. Zelfs Don King kreeg de kamp niet geregeld. De laatste die een poging ondernam om beide dames samen in de ring te krijgen was Bob Arum. Het gevecht zou plaatsvinden op 30 juli 2005 in de Mandalay Bay in Las Vegas met als titel Million Dollar Lady. Een verwijzing naar de film Million Dollar Baby uit 2004, waarin Rijker de rol van slechterik Billie The Blue Bear Osterman speelde. Rijker en Martin waren elk zeker van een beurs van 250.000 dollar. De winnaar zou er 750.000 bovenop krijgen en dus met een miljoen dollar huiswaarts keren. Het mocht evenwel allemaal niet zijn. Rijker scheurde tien dagen voor de kamp op training een achillespees en van het gevecht kwam uiteindelijk niets in huis.

Somers LTKO5 Christy Martin – Daniella Somers was technisch de betere, Martin (R) de sterkste..

Tot een België – Nederland tussen Daniella Somers en Lucia Rijker, waarvan toen ook sprake was, kwam het ook niet. Maar Somers bokste op 2 oktober 1999 in het Hilton Hotel in Las Vegas wel tegen Christy Martin. De vijfde kamp van haar contract met Don King. Daniella was technisch duidelijk de betere, maar het was de kracht van de zwaardere Martin die het pleit beslechtte. Kort voor het einde van de vijfde ronde deed een duikende rechtse zwaaistoot op de linkerslaap het licht uit bij Daniella. De touwen hielden haar nog overeind, scheidsrechter Kenny Bayless stopte terecht meteen de kamp. Verloren, maar Somers had wel bewezen dat ze op het allerhoogste niveau haar plaats verdiende.

Erfenis

Somers WP10 Brenda Ann Bell-Drexel – Tijd voor afscheid.

Daniella Somers bokste haar laatste wedstrijd op 19 november 2000. Een thuiswedstrijd in de vertrouwde, andermaal bomvolle Arenahal van Deurne. Geen supporter die haar afscheid wilde missen. Puntenwinst tegen de Amerikaanse Brenda Ann Bell-Drexel, geen gelauwerde kampioene maar allerminst een pannenkoek. Geen titel op het spel. Gordels waren op dat moment van geen tel meer. Het was mooi maar ook welletjes geweest met al dat boksen. Daniella had er geen spijt van:

“Als ik het voor het geld zou gedaan hebben, dan zou ik het zeker geen zestien jaar volgehouden hebben, want geld is er nooit geweest. Maar moest ik het opnieuw kunnen doen, zou ik het zeker doen. Want ik heb gewoon fantastische dingen meegemaakt. Ik ben overal geweest, ik heb het allemaal gezien. Het was heel tof.”

Gelukkig liet Daniella niet alleen een leegte, maar ook een erfenis na. Het belang ervan voor het vrouwenboksen in België kan nauwelijks overschat worden. Niet dat het onmiddellijk een vloedgolf aan vrouwen in de ring opleverde, maar het voorbeeld was gegeven, was zelfs meermaals rechtstreeks op VRT te zien geweest. Reglementen werden aangepast en in 1997 werden de amateurkampioenschappen voor het eerst opengesteld voor dames. Mooi gebaar, maar voor de eerste editie kwam helaas geen enkele inschrijving binnen. In 1998 kon er wel voor het eerst een nationale titel worden uitgereikt bij de vrouwen: aan pluimgewicht Natalie Toro van BC Atlas Liège. Toro, met ervaring in het savate en kickboksen, was de eerste, echte opvolgster van Daniella Somers. Ze stapte eind 1999 over naar de profs. Op 3 maart 2004 veroverde ze in Visé de vacante EBU-titel in het lichtwelter door unaniem op punten te winnen van de Engelse Jane Couch. Daarmee werd ze de allereerste Belgische Europese kampioene in het profboksen. Een jaar later won ze in het Brusselse Zuidpaleis de WIBF-wereldtitel in het lichtgewicht door een knock-outzege in de vierde ronde tegen Agata Gracia. Zeven jaar later zou precies deze wereldtitel de eerste zijn op het palmares van Delfine Persoon. Persoon veroverde hem door op 25 februari 2012 in de Expo-Hallen in Roeselare de in Duitsland wonende Italiaanse Lucia Morelli in de vijfde ronde te stoppen. Nathalie Toro kreeg ten onrechte niet de aandacht die ze verdiende. Dat liep gelukkig wel anders voor Delfine Persoon, die in 2015 zelfs uitgeroepen werd tot Sportvrouw van het Jaar. Geen man die het haar voordeed, geen man die het haar nadeed. Boksen voor vrouwen, het was en het is nog steeds geen evidentie, maar zonder Daniella Somers zou het misschien zelfs niet eens mogelijk geweest zijn. Zij haalde het boksen voor vrouwen uit de cricustent en gaf het sportief aanzien. Zij opende de deuren van de ring voor de vrouwen. Geen man die ze nu nog sluiten kan.

Share on facebook
Facebook
Share on twitter
Twitter
Share on whatsapp
WhatsApp

Author Box Article

Mask Group 7

Alain Van Driessche

VBL Editor