Dan Toch Niet Naar Tokio

04-08.06.2021 – Europees OKT in Villebon-sur-Yvette

Dan toch niet naar Tokyo


Een avond en een nacht lang geloofde de Belgische bokswereld dat er eindelijk nog eens een Belgische bokser naar de Olympische Spelen zou gaan. Het was de volgende dag een wreed ontwaken en op het eind ervan bleek dat het ook voor deze Olympiade niet meer dan een droom zou blijven.


 

 

Dag 1

Eerste Belg aan de beurt bij de hervatting van het OKT was halfzwaargewicht Ziad El Mohor (-81kg). Al in de namiddagsessie van dag 1. Dat het niet makkelijk zou worden tegen de Russische Spanjaard Gazi Jalidov, was lang op voorhand geweten. El Mohor begon goed, was sneller dan Jalidov, die eruit zag alsof hij een zwaargewicht was. Maar die veelbelovende start duurde niet lang. El Mohor stopte met boksen, keek de kat en andere dieren uit de boom, loerend naar een opening om zijn rechtse te landen. Er was wel een en ander mogelijk aan die kant, maar door er gewoon naar te kijken, ging Jalidov de deur niet opendoen. De voormalige Rus bewoog oordeelkundig en tikte regelmatig aan. El Mohor stond erbij alsof hij het vraagstuk van Koningsbergen moest oplossen. Het is nu eenmaal moeilijk om te counteren als de tegenstander niet echt voor de aanval kiest. Een studieronde ging voorbij en Jalidov schreef ze al bij al makkelijk en unaniem op zijn conto. Ook in de tweede ronde bleef El Mohor zoeken zonder evenwel een oplossing te vinden. Een zoektocht waar Jalidov zich niets aan gelegen liet liggen. Hij hield vast aan zijn wedstijdplan en liep verder uit. In de slotminuut bezorgde hij El Mohor nog een wankel moment. De Bastenaak miste met rechts, Jalidov counterde hard met dezelfde hand en El Mohor ging even aan het dansen, als een poppetje op elastieken benen. Scheidsrechter Emanuel Ferreira Valentin uit Puerto Rico telde echter niet. Op het eind van de derde en laatste ronde deed hij dat wel. El Mohor werd geraakt door een links-rechtse op het hoofd, was niet aangeslagen maar kreeg toch acht tellen staande rust. En toen die om waren, was de kamp zo goed als voorbij. Een duidelijke en verdiende zege voor Jadilov, daar twijfelde geen redelijk mens aan. Behalve Ziad El Mohor, die dacht dat hij genoeg gedaan had om te winnen. Niet dus.

In de avondsessie van dag 1 kwam er nog een Belg in actie: middengewicht Lancelot Proton de la Chapelle (-75kg). Zijn tegenstander Angel Roque, afkomstig uit de Dominicaanse Republiek, maar boksend voor Zwitserland, was bekend maar hobbelig terrein. Eerder al van gewonnen op de Eindhoven Cup en daar geleerd dat Roque niet bepaald een verfijnd technicus was. Een knokker van de ruwe soort. Al meteen werd duidelijk dat Roque zijn bokswijze sinds die eerste ontmoeting niet had bijgesteld. Proton – laten we hem afkorten tot het krachtigste onderdeel van zijn ellenlange naam – eiste van bij het begin het midden van de ring op. Roque liet hem die positie, hij leek nog even te wachten om uit zijn defensieve schulp te kruipen. Proton, rechtsvoorstaand als altijd, was ook niet bepaald gegrepen door een niet te stuiten aanvalsdrift, maar hij scoorde zijn puntjes met die lange directs van hem. Halverwege de ronde was het de beurt aan Roque om het offensief te leiden. Proton counterde zuinig. Rechts-links, meer niet. Met nog minder dan vijftig seconden in de opener lanceerde Roque zijn eerste aanval echt die naam waardig. Hij dook met Proton de touwen in en die omklemde hem uit alle macht. Toen hij op bevel van scheidsrechter Waleed Shebab Alalkawi uit Koeweit zijn opponent  losliet, druppelde er bloed uit een wonde boven Protons rechteroog. Ref Alalkawi verwees hem meteen door naar de ringarts en die stelde na een korte controle vast dat verder boksen niet aangewezen was. Einde van de kamp nog voor hij goed en wel begonnen was. In vroeger tijden had dit sowieso de nederlaag voor Proton betekend, maar nu diende er uitgemaakt te worden wat de wonde veroorzaakt had, een slag of een kopstoot. Kopstoot, oordeelde scheidsrechter Alalkawi terecht en dat betekende dat de juryleden op basis van wat ze tot dusver gezien hadden, zouden beslissen wie naar de volgende ronde mocht. Spannend moment, Proton bleef er sportief bij en gaf Roque vriendschappelijk een vuistje en beduidde dat hij er niet moest mee inzitten, dat heb je nu eenmaal met boksen. En dan het oordeel van de jury: verdeeld, maar wel met vier tegen één in het voordeel van Proton. De Franco-Belg naar de kwartfinales, die op dag 3 zouden betwist worden. Een verdiende overwinning die echter meer twijfels dan vreugde met zich mee bracht. Zou de wonde van Proton met slechts een dagje rust ertussen  voldoende hersteld zijn om te mogen boksen?

Dag 2

Zwaargewicht Victor Schelstraete (-91kg) kwam op dag 2 in actie. Hij nam het in zijn 1/8 finale op tegen de Armeense Griek Vagkan Nanitzanian. Geen reekshoofd, ook geen gelauwerd hoofd, toch niet bij de senioren. In zijn jeugdjaren had hij in 2017 wel zilver behaald op de Europese kampioenschappen in Antalaya. Een haalbare kaart dus. En dat bleek ook in de eerste ronde. Beiden gingen stevig van start, maar het was Schelstraete die met zijn lange directs het meest raakte. Dat deerde Nanitzanian evenwel niet in het minst. Hij zette druk, zonder veel te stoten, maar als hij het deed, was duidelijk dat er meer kracht in zat. Niet dat Schelstraete er veel onder te lijden had. Daarvoor lag het slagritme van de Griek veel te laag. De eerste ronde voor Schelstraete op basis van het aantal gelande treffers. Een goed begin, zo leek. Tot even voor aanvang van ronde twee de score van de jury op het scherm verscheen. Die gaven verrassend genoeg alle vijf de ronde aan Nanitzanian. En we waren lang niet de enigen die met verbazing reageerden op die unanimiteit van die vijfkoppige draak. Zelfs de commentatoren van Olympic Channel van wie Rory Jiwani een licht voordeel voor Schelstraete had gezien en Tom Kirkland met even weinig verschil mee de sirtaki danste, staken hun verbazing over die ontroerende eensgezindheid niet onder stoelen of banken. Lang blijven bij stilstaan was niet mogelijk, want daar was al ronde twee. Nanitzanian in het offensief, Schelstraete hield hem op afstand. Uitstekend wat hij deed. Lange stopstoten, met regelmatig een hoek er achteraan. Even over halverwege ronde twee landde Nanitzanian een harde, krachtige links-rechts combinatie. Er volgde nog een stevige linkse en Schelstraete pinkte wel even, maar verder was er niets aan de hand. Integendeel, de Gentenaar deed gewoon voort met wat hij bezig was. Een rechtse counter draaide zich als een slang over de linkse van Nanitzanian heen en beet hem hard op de kin. Het benenspel van Nanitzanian raakte er zelfs heel even door ontregeld. En Schelstraete hield de bovenhand tot het einde van de ronde. Weer Schelstraete denken we dan, maar commentator Rory Jiwani poneerde een waarheid als een koe: “If you feel that Nanitzanian won round one, then he has won round two”. Een stelling die meteen bewaarheid werd door de jury: ze scoorden alle vijf ook ronde twee in het voordeel van de Griek. Onbegrijpelijk, maar het was niet anders.
Schelstraete, op de hoogte van de tussenscore, moest dus Nanitzanian in de slotronde zien te stoppen om zijn Olympische droom in leven te houden. Hij startte sterk, lukte harde treffers, maar Nanitzanian liep er doorheen alsof het motregen was. Schelstraete hield het hoge tempo aan tot hij met nog iets meer dan twee minuten te gaan tijdens een aanval bleef hangen met zijn linkervoet, struikelde en viel. Zonder erg, maar Nanitzanian zag er meer in dan het was en nam het offensief over. Schelstraete van zijn kant leek tijdens zijn val de hem resterende energie op het canvas achtergelaten te hebben. Niet dat hij over zich heen liet walsen, hij beet nog steeds van zich af, maar het lood was hem van de vuisten naar de benen gezakt. Nanitzanian domineerde het slot zonder Schelstraete echt in moeilijkheden te brengen. Geen van beiden claimde na de finale gongslag de overwinning. Wie op pc of tv gevolgd had, kende wel al de naam van de winnaar: Bαγκαν Nανιτζανιαν. De Griek dus, met een unanieme puntenzege over heel de lijn. Vijf keer 30-27. Verwonderlijk, want dat had wel even anders gekund.

 

 

 

 

 

 

 

Dag 3

 

Bleef over: Lancelot Proton de la Chapelle. The Last Knight, de laatste Belgische vertegenwoordiger in competitie. Aan zijn snelle zege tegen de Zwitser Angel Roque had hij wel een serieuze jaap boven het rechteroog overgehouden. Zijn eerste tegenstander was de controlearts. Die zag gelukkig geen graten in de wonde en gaf groen licht om te kampen voor een Olympisch ticket tegen de Slovaak Andrej Csemez, het vierde reekshoofd. Winnen was Tokio, bij verlies waren er nog altijd de box-offs. Met het oog daarop was het niet onbelangrijk om vlak voor hijzelf de ring in moest, de afloop van de kwartfinale tussen regerend wereldkampioen Gleb Bakshi en de Wit-Russische veteraan Vitali Bandarenka in de gaten te houden. Bandarenka kende alleen de aanval en Bakshi beschikte over voldoende vuurkracht om die desnoods voortijdig te stoppen. En zo geschiedde. Bandarenka meteen vol in het offensief, Bakshi moest even zoeken naar een opening maar vond die een minuut of wat voor het einde van de openingsronde. Bandarenka werd tweemaal kort na elkaar geraakt door een rechtse op het hoofd en ging bij de tweede treffer aan het daveren op zijn grondvesten. De Amerikaanse scheidsrechter Beau Campbell gaf hem acht tellen rust. Bakshi wilde van rusten niet weten en zette door. Bandarenka geraakte niet meer uit het bombardement en zijn hoek gooide de handdoek. Niet dat hij niet verder kon of wilde, maar zijn begeleiders waren slimmer dan dat. Dus Bakshi winnaar door opgave in de eerste ronde, naar de halve finales en, belangrijker, naar Tokio.
Opgave? In België denken we daar, grootgebracht als we zijn met de wet Phillipart, meteen een aantal dagen verplichte rust bij. Vandaag zijn dat er zonder voorgaande voortijdige nederlagen dertig, evenveel als voor een knock-out, technisch knock-out of stopzetting door de scheidsrechter. Zou het?
Eerst boksen maar. Of toch niet. Proton en Csemez openden met een ronde schaduwboksen. Met respect voor de anderhalve meter afstand. Geen treffers die naam waardig. Csemez liet zo nu en dan een Ali-shuffle bewonderen. Aardig, dat wel, maar hij  koppelde er geen stoten aan. Een goede zaak voor Proton, want zo hield de dichting aan zijn oogwonde moeiteloos stand. Een vriendschappelijk tikje voor Csemez bij de bel aan het eind van de ronde. Een lachende Csemez tijdens de rust. Had hij alle reden toe. De jury had hem unaniem de eerste ronde toegekend. Waar ze precies het onderscheid gemaakt hadden, was niet meteen duidelijk. Voor aanvang van de tweede ronde maande de Colombiaanse scheidsrechter Wulfren Olivares Perez hen beiden afzonderlijk aan tot meer strijdlust. Een molentje en dan de vuisten tegen elkaar. Maar het baatte niet. Proton en Csemez maakten er een saai oefenpartijtje van. Verwonderlijk wel dat de jury weer eensgezind de ronde op rekening van de Slovaak schreef.
Ook voor aanvang van de slotronde maande scheidsrechter Olivares beide kemphanen nog eens aan tot meer combativiteit. Tevergeefs. Proton en Csemez lieten zich niet vermurwen. De touch gloves aan het begin van de ronde moet zowat het voornaamste wapenfeit geweest zijn. Na een minuut waarschuwde Olivares hen nog een keer. Ze gingen wat drukker te keer, maar geen van beiden ging echt door. Je zou nochtans verwachten dat Proton alles of niets speelde, want met twee ronden in het verlies bij alle rechters kon hij het op punten niet meer halen. Tot een slotoffensief ging hij echter niet over. Toch hield Csemez aan een rechtse direct een bloedneus over. Scheidsrechter Olivares stuurde hem op doktersbezoek. Natuurlijk dat hij mocht verder boksen, nog even halfslachtig tot meer agressie aangemaand door de scheidsrechter. Proton domineerde nog wat overbleef van de slotminuut. De bel ging. Proton en Csemez vielen elkaar met brede glimlach in de armen, als winnaars onder elkaar. Maar er kon er maar eentje winnen en dat was, zoals reeds vaststond na ronde twee, Andrej Csemez. De Slovaak stak beide armen in de lucht, Proton applaudisseerde hartelijk. Opmerkelijk: er was één jurylid geweest dat toch de laatste ronde aan Proton gegeven had. Hoe de anderen er in slaagden deze herneming bij Csemez bij te schrijven, is een raadsel of het zoveelste bewijs dat als het erom gaat, België in het Olympisch boksen altijd aan het kortste end trekt.

Maar om dit alles niet getreurd, want er volgde nog een box-off tussen Proton en Bandarenka. En aangezien de Wit-Rus verloren had door opgave … Een communicatiepiek in het Belgische bokswereldje. Opgave betekende verplichte rust, dus forfait voor de box-off de volgende dag. Die conclusie moesten Proton en zijn begeleiders al voor de kamp met Csemez getrokken hebben. Anders viel die passiviteit tijdens de kamp zelfs met oogwonde niet te verklaren. Er werd gebeld, berichten werden verstuurd, koortsachtig werd naar bevestiging gezocht tot er algemeen geconcludeerd werd dat Bandarenka niet zou mogen aantreden in de box-offs en Proton bijgevolg naar Tokio mocht. Vreugde alom. Voor het eerst sinds Abdel Wahhabi in 1992 zou er een Belg naar de Olympische Spelen gaan, ook al was het een halve Fransman. Een kniesoor die nog doorzeurde over het feit dat het wedstrijdreglement van wereldboksbond AIBA met geen woord repte over rust na opgave. Dat mocht de pret niet drukken. Nochtans was het dat reglement dat de Boxing Task Force van het IOC klakkeloos had overgenomen. Medisch zou het in geen geval verantwoord zijn.

Dag 4

 

Een avond en een nacht lang geloofde België dat Lancelot Proton de la Chapelle naar de Olympische Spelen in Tokio ging. Wreed was dan ook het ontwaken: Proton moest nog een keer de ring in voor een box-off met Bandarenka, want de Wit-Rus hoefde na zijn opgave reglementair geen seconde verplichte rust in acht te nemen.

Die avond in ring B. Lancelot Proton de la Chapelle tegen Vitali Bandarenka in een box-off om een Olympisch ticket. Wie was het beste hersteld van zijn verloren kwartfinale? Bandarenka had gedaverd en was staande geteld geweest, maar had in zijn jarenlange carrière ongetwijfeld al erger meegemaakt. Proton was al gehavend aan het rechteroog uit zijn 1/8 finale tegen Angel Roque gekomen. Zijn verloren kwartifnale tegen Andrej Csemez was niet meer dan een oefenpartijtje geweest en de blessure aan zijn rechteroog was gespaard gebleven. Maar voor Bandarenka zou die kwetsuur het doel bij uitstek zijn. Van bij de eerste gongslag trok hij in de aanval. Proton probeerde hem op te vangen met lange directs, maar moest in achteruit. Bandarenka probeerde met linkse hoeken de wonde boven het rechteroog van Proton te openen. Bijzonder geïnspireerd acteerde hij niet en bovendien maakte hij veel fouten met het hoofd. Protons lange stopstoten begonnen te lopen. Tot dertien seconden voor het einde van de opener de Tunesische scheidsrechter Hichem Menchaoui hem naar de dokter verwees. Het leek om een nieuwe wonde te gaan, hoger op het hoofd, in de haarzone. Niet veroorzaakt door een slag, maar door een kopstoot. De dokter adviseerde om de kamp te stoppen en scheidsrechter Menchaoui volgde dat advies op. Einde van de partij. Alles was voorbij voor het goed en wel begonnen was. Het was niet meteen duidelijk welke kant het zou uitgaan. Was de wonde veroorzaakt door een slag of door een kopstoot? En als een kopstoot aan de oorzaak lag, was die dan vrijwillig of accidenteel geweest? Een beslissing kwam er niet meteen. Bang en hoopvol afwachten aan de zijde van scheidsrechter Menchaoui. Proton de la Chapelle maakte zich een kruisteken en leek er zijn god bij te halen, maar goden helpen niet voor goud. Hoopvol trilde zijn gebalde rechtervuist. Vitali Bandarenka, veteraan van vele oorlogen sinds het WK van 2007 in Chicago, wachtte eerder gelaten af, beide handen in de zij geplant. En dan volgde eindelijk de beslissing: de overwinning ging unaniem naar de rode hoek, naar Bandarenka. Die schreeuwde het uit. Eindelijk naar de Spelen, want dat was een tornooi dat hij in zijn jarenlange carrière nog niet eerder betwist had. Op het scherm verscheen dat hij won door diskwalificatie, maar het ging wel degelijk om een unanieme puntenzege over de fel ingekorte afstand van één enkele ronde.

Sprankeltje hoop

Geen Tokio voor Proton of een andere Belg. Parijs, gaststad voor de volgende Olympische Zomerspelen en vlakbij Villebon-sur-Yvette, leek plotseling heel ver weg.
Tokio was beslist mogelijk geweest. In de eerste plaats voor Proton, maar ook voor andere Belgen, als je de lijst bekijkt van boksers die wel naar de Spelen gaan. Voor Delfine Persoon in het lichtgewicht (-60kg) bijvoorbeeld, want de Française Maiva Hamadouche gaat wel naar Tokio. Hamadouche, die verloor van een toen nochtans zieke Persoon in een gevecht om de WBC-wereldtitel lichtgewicht in 2015. Toegegeven, lang geleden, maar er is ook een recenter voorbeeld. Zwaargewicht Victor Schelstraete won in februari jongstleden nog in Keulen van de Duitser Ammar Adbuljabbar. Abduljabbar eindigde derde in Villebon en gaat naar Tokio. Voorbeelden tellen niet voor Tokio, dat weten we wel, maar ze illustreren wel dat de Japanse hoofdstad ook voor de Belgische boksers haalbaar was.

Er blijft trouwens nog een sprankeltje hoop over voor een Olympisch ticket. Pluimgewicht Vasile Usturoi (-57kg) werd al in Londen in de kwartfinales door de Fransman Samuel Kistohurry uitgeschakeld. Geen schande of oneer, want Kistohurry was in Villebon goed voor zilver. Op basis van zijn resultaten op EK, WK en OKT is Usturoi nu eerste reserve op de Europese ranglijst van de Boxing Task Force van het IOC. Dus, als er een van de acht gekwalificeerde Europeanen noodgedwongen forfait moet geven voor Tokio, dan is Usturoi de eerste om diens plaats in te nemen. Niet dat we daarvoor nu kaarsen moeten branden of voodoopoppen met naalden bewerken, maar tegenslag valt nu eenmaal niet uit te sluiten. Zeker niet in de bokssport, waar het naast jabs, swings, uppercuts en hoeken een van de standaardstoten is.


 

Share on facebook
Facebook
Share on twitter
Twitter
Share on whatsapp
WhatsApp

Author Box Article

okt 2021 paris flyer

Alain Van Driessche

Vlaamse Boks Liga editors ( Christophe Neyts, Alain Van Driessche & Ibrahim Emsallak)